Nakende reorganisatie van de (gerechtelijke) reorganisatie
-
Jaargang 87
2023 - 2024
-
Nummer
1
-
Pagina
2
-
Auteur(s)
D. Mertens, E. Bogaerts
-
Trefwoorden
WET CONTINUÏTEIT ONDERNEMINGEN
Procedure gerechtelijke reorganisatie
WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT
Actualiteit
Coördinatie: Vincent Sagaert en Dirk Scheers
Nakende reorganisatie van de (gerechtelijke) reorganisatie
Het zijn voor heel wat ondernemingen uitdagende tijden. Getuige daarvan het aantal faillissementen. Er zijn echter ook alternatieven. Wetgevend ligt de nadruk steeds meer op continuïteit. In België is de WCO van 2009, thans geïncorporeerd in boek XX WER, daarvan het beste voorbeeld. Op Europees niveau verplichtte de zgn. Herstructureringsrichtlijn om uiterlijk op 17 juni 2022 in (preventieve) herstructureringsmogelijkheden te voorzien. De richtlijn beoogt ook minimale harmonisatie. Voor België is de omzetting van de richtlijn inmiddels een feit. Op 7 juli 2023 werd de wet tot aanpassing van boek XX WER gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen van de wet gelden vanaf 1 september 2023, en zijn van toepassing op insolventieprocedures geopend na die datum.
De kamer voor ondernemingen in moeilijkheden (KOIM) heeft een meer prominente rol gekregen, en kan bemiddelen met de belangrijkste schuldeisers (art. XX.29/1 WER) en/of een onafhankelijke herstructureringsdeskundige aanstellen. Een andere aanpassing is een verlenging van de termijn voor een ambtshalve onderzoek (art. XX.28 WER). Nieuw is dat het buitengerechtelijk minnelijk akkoord met één schuldeiser zal kunnen worden gesloten (art. XX.37, § 1 WER), terwijl er voorheen nog minstens twee nodig waren. Diezelfde versoepeling geldt ook voor het gerechtelijk minnelijk akkoord (art. XX.64 WER). Voorts kan de rechtbank een betalingsplan opleggen aan onwillige schuldeisers (art. XX.65 WER).
Wat de gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord betreft, blijft het «oude» systeem, althans voor de kmo’s, grotendeels behouden. Voor grote ondernemingen legt boek XX WER sinds de omzetting van de richtlijn een complexe regeling op, op basis van een indeling en stemming in categorieën (art. XX.83/14 WER). Ook de aandeelhouders kunnen tussenkomen (art. XX.83/11, § 4 WER). In principe moeten binnen elke categorie schuldeisers die samen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen. Wel moet de rechtbank nagaan of er is voldaan aan de best interest of creditors test (art. XX.83/17 WER). Voorts kan de rechtbank de tegenstem van één of meerdere categorie in welbepaalde omstandigheden overrulen (de zgn. categorie overschrijdende cram down - art. XX.83/18 WER). Voor kmo’s is dit systeem optioneel (art. XX.83/1 WER).
De finaliteit van de overdracht onder gerechtelijk gezag is gewijzigd. Het nieuwe art. XX.93/1 WER verplicht tot faillissement of vereffening. Deze wijziging is ingegeven door de zgn. Plessers-rechtspraak van het Hof van Justitie, op grond waarvan cao 32bis van toepassing is bij een overdracht gericht op continuïteit. Door de overdracht onder gerechtelijk gezag om te vormen tot een zuivere vereffeningsprocedure, biedt de wetgever geïnteresseerde overnemers wél de mogelijkheid om te kiezen (art. XX.86, § 3 WER). Overigens werd een overdracht toch al bijna steeds gevolgd door een faillissement of vereffening.
Opvallende wijziging is dat het minnelijk én het collectief akkoord een besloten variant krijgen. Met bijstand van een herstructureringsdeskundige, aangesteld door de rechtbank, kan de schuldenaar onderhandelen. De schuldenaar kiest zelf welke schuldeisers hij daarbij betrekt (art. XX.97/1, § 1 WER). Ook de besloten voorbereiding van het faillissement (pre-pack) is mogelijk (art. XX.97/21, § 1 WER). Hiervoor worden de «beoogd curator» en de «beoogd rechter-commissaris» (art. XX.97/22 WER) in het leven geroepen.
Tot slot wordt een gefailleerde natuurlijke persoon automatisch bevrijd van zijn restschulden bij de sluiting van het faillissement, zonder dat hij daartoe nog een formeel verzoek moet indienen (artt. XX.171 en 173, § 1 WER). Indien de gefailleerde kennelijke grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement of wetens op de vragen van de curator of rechter-commissaris geen of onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, kan elke belanghebbende vorderen dat de kwijtschelding (deels) wordt geweigerd (art. XX.173, § 3 WER).
De omzetting van de richtlijn heeft boek XX WER hertekend. De eerste indruk is overwegend positief. De nieuwe mogelijkheden om in beslotenheid actie te ondernemen, zijn beloftevol. Ook de wijziging van de aard van de overdracht onder gerechtelijk gezag en de afschaffing van de verplichting voor gefailleerde natuurlijke personen om een formeel verzoek tot kwijtschelding in te dienen, zijn toe te juichen. Of de nieuwe regels voor de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord voor grote ondernemingen een schot in de roos zullen zijn, is onzeker. Het is denkelijk een goede zaak dat de wetgever kmo’s ontziet op dit vlak.
Dave Mertens en Emilie Bogaerts