De deugdethiek als inspiratiebron voor de hedendaagse jurist

  • Jaargang 84

    2020 - 2021


  • Nummer

    12


  • Pagina

    442


  • Auteur(s)

    E. Lancksweerdt


  • Trefwoorden

    Mobiliteitsvergoeding

In deze bijdrage wordt de zienswijze uiteengezet dat de deugdethiek aan de hedendaagse jurist een aantrekkelijk perspectief biedt om tot een uitmuntende dienstverlening te komen. De rechtspraktijk verandert snel en ingrijpend. Rechtzoekenden verwachten van een jurist naast een solide vakkennis ook menselijke betrokkenheid en een praktische, duurzame oplossing van het werkelijke probleem. De professionele identiteit van de jurist verandert. Daarbij hoort een ethiek die meer omvat dan de deontologie, een ethiek die juristen aanspreekt op het ontwikkelen van menselijke kwaliteiten als praktische wijsheid, empathie, zorgzaamheid en nog vele andere. De deugdethiek reikt juristen de hand om het beste van zichzelf te geven.
Rechtskundig Weekblad

De deugdethiek als inspiratiebron voor de hedendaagse jurist

Prof. dr. Eric LANCKSWEERDT

Hoofddocent UHasselt en UGent

Praktijkassistent UAntwerpen

In deze bijdrage wordt de zienswijze uiteengezet dat de deugdethiek aan de hedendaagse jurist een aantrekkelijk perspectief biedt om tot een uitmuntende dienstverlening te komen. De rechtspraktijk verandert snel en ingrijpend. Rechtzoekenden verwachten van een jurist naast een solide vakkennis ook menselijke betrokkenheid en een praktische, duurzame oplossing van het werkelijke probleem. De professionele identiteit van de jurist verandert. Daarbij hoort een ethiek die meer omvat dan de deontologie, een ethiek die juristen aanspreekt op het ontwikkelen van menselijke kwaliteiten als praktische wijsheid, empathie, zorgzaamheid en nog vele andere. De deugdethiek reikt juristen de hand om het beste van zichzelf te geven.

Inleiding

1. In deze bijdrage wordt de zienswijze uiteengezet dat de deugdethiek aan de hedendaagse jurist veel perspectief biedt om tot een uitmuntende juridische dienstverlening te komen. Deze ethiek is gericht op het ontwikkelen van persoonlijke kwaliteiten, zoals praktische wijsheid, moed, rechtvaardigheid, zorgzaamheid, enz. Die kwaliteiten maken het mogelijk om adequaat in te spelen op vernieuwingen in de rechtspraktijk en tegemoet te komen aan gewijzigde verwachtingen van de rechtzoekende. Vanzelfsprekend blijven een gedegen vakkennis en het respecteren van de deontologie cruciale pijlers voor een kwalitatief hoogstaande beroepsuitoefening. Tegelijk kan men daaraan een derde pijler toevoegen: de menselijke kwaliteiten van de jurist. Daarmee kunnen juristen in een snel veranderende rechtswereld het verschil maken.

2. Nemen wij even de familierechter als voorbeeld. In een beschouwing over zijn loopbaan als familierechter schrijft Mahieu o.m. dat het tijdens de zitting belangrijk is de communicatie tussen de partijen te verhelderen en hen de gelegenheid te geven hun gevoelens te ventileren. Zij moeten het gevoel hebben dat er echt naar hen is geluisterd en dat hun zaak niet routineus is afgehandeld. Juridische twistpunten blijken niet zo vaak voor te komen. Het komt er vooral op aan via het vonnis maatwerk te leveren dat aansluit bij de feitelijke situatie van de partijen en de kinderen. De strikte toepassing van het Gerechtelijk Wetboek kan een vlot verloop van de procedure bemoeilijken. Met flexibiliteit en gezond verstand schiet men meer op. Familierechters dienen te beschikken over een uitgebreide juridische kennis, maar in veel gevallen volstaat dit niet: zij moeten in staat zijn de feiten op een bekwame en grondige wijze te interpreteren en telkens opnieuw in te vullen wat het hoger belang van de minderjarige inhoudt. De familierechter zal daarbij als het ware willen optreden als een goede ouder. De invulling van het begrip «goede ouder» wordt mee bepaald door de persoonlijkheid en de denkbeelden van de rechter. Familierechters moeten als jurist niet-juridische problemen oplossen. Voorts vraagt het erg veel vaardigheden om de gesprekken met de kinderen op een kwaliteitsvolle wijze te kunnen voeren. Mahieu eindigt zijn bijdrage met een pleidooi voor multidisciplinair overleg en samenwerking. 1 Wat we uit de terugblik van Mahieu kunnen besluiten, is dat een groot deel van het werk van familierechters eigenlijk niet-juridisch is. De persoonlijkheid en een reeks menselijke kwaliteiten van de rechter, zoals luisterbereidheid, flexibiliteit en gezond verstand, zijn even belangrijk als juridisch vakmanschap.

3. Deze bijdrage vangt aan met een korte schets van de grote veranderingen die zich aftekenen in de rechtswereld en de beroepspraktijk (I). De weerslag hiervan is zo ingrijpend dat we kunnen stellen dat de juridische professional een nieuwe identiteit ontwikkelt (II). Deze «nieuwe jurist» dient zich vanzelfsprekend te blijven richten naar zijn deontologie, maar om in deze gewijzigde context tot een voortreffelijke beroepsuitoefening te komen, biedt een meer omvattende ethiek, namelijk de deugdethiek, een solide grondslag (III). De uitdaging bestaat erin onze deugden (menselijke kwaliteiten) daadwerkelijk te ontwikkelen (IV). Er wordt afgerond met een korte conclusie.

I. Veranderingen in de rechtspraktijk

A. Snelle en ingrijpende veranderingen

4. De samenleving verandert aan een razend tempo. Denk maar aan toenemende complexiteit, superdiversiteit, informatie- en communicatietechnologie, individualisme en mondigheid van de burger, doorgedreven liberalisme en marktdenken, angst en onzekerheid. Dit leidt tot een gedaanteverwisseling van recht en rechtspraktijk. Een paar jaar geleden vroeg de minister van Justitie aan de beroepsgroepen van de advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en bedrijfsjuristen naar een schets van het toekomstbeeld van hun beroep. Uit de rapporten blijkt dat de beroepsgroepen zich ten volle realiseren dat de juridische praktijk fundamenteel wijzigt. 2 In dit deel geven we een beknopt overzicht van de veranderingen in de rechtswereld, de daarmee samenhangende metamorfose van de juridische praktijk 3 en de weerslag daarvan op de wenselijke kwaliteiten van de jurist.

5. De complexiteit van de samenleving weerspiegelt zich in een ingewikkeld, snel veranderend rechtssysteem. Juristen opereren binnen een veelgelaagde rechtsorde. De omvang en detaillering van wetgeving bereikten nooit geziene proporties. Het tempo waaraan wetswijzigingen elkaar opvolgen, is zelfs voor specialisten nauwelijks nog bij te houden. Voor de hedendaagse jurist is het kunnen vinden van het toepasselijke recht en er op een adequate wijze mee omgaan minstens even belangrijk als de inhoudelijke kennis ervan. Persoonlijkheidskenmerken, zoals leergierigheid, bereidheid tot verandering en een scherpzinnig analytisch vermogen zijn thans even sterke troeven als weten wat de actuele stand van de wetgeving en rechtspraak is.

B. Juristen maken voortdurend morele keuzes

6. Op een passende manier omgaan met het geldend recht kan men niet herleiden tot een louter juridisch-technische oefening. In zijn «inaugurale rede tot afscheid» betoogt Walter van Gerven dat juristen bij het oplossen van problemen niet enkel strikt juridische overwegingen hanteren, maar ook, bewust of onbewust, andere inzichten en voorkeuren, o.m. ethische, een rol laten spelen. Zij wegen onderlinge en vaak tegenstrijdige belangen en waarden af, niet alleen louter rationeel maar ook intu?tief en met gezond verstand, in redelijkheid en billijkheid. Juridisch redeneren houdt altijd een beoordelingsruimte in die juristen, in laatste instantie rechters, moeten invullen op grond van onderliggende waardeoordelen die weliswaar niet louter subjectief mogen zijn, maar gebaseerd moeten zijn op een breed verspreide consensus in de samenleving. 4 Die bredere afweging vindt onvermijdelijk plaats wanneer juristen een nadere invulling dienen te geven aan de talrijke vage, open normen die in ons recht figureren. Denk maar aan «redelijkheid», «goede trouw», «het belang van het kind», enz. Door open normen beschikken zowel particulieren als overheden over een breed scala aan discretionaire rechten en bevoegdheden. Zelfs al mag men deze niet op een volstrekt willekeurige wijze uitoefenen en dient men de beginselen van behoorlijk handelen na te leven, dan nog bieden zij erg veel ruimte. 5 Hetzelfde geldt voor algemene rechtsbeginselen. Bij de toepassing ervan dringt een afweging van verschillende belangen en waarden zich op. Daarbij dient men een onderscheid te maken tussen de aan de professionele rol verbonden waarden en de persoonlijke waarden, die in principe niet zouden mogen prevaleren bij het maken van een keuze. 6 Een volledige ontkoppeling tussen de persoonlijke en de beroepswaarden is evenwel erg lastig, en bovendien leidt een te strikte scheiding tussen beide tot negatieve psychologische consequenties voor de rechtspracticus, omdat er een soort innerlijke gespletenheid ontstaat. 7 Hoe dan ook, de beoordelingsmarge waarover juristen beschikken is niet alleen juridisch, maar ook moreel. Nelissen stipt terecht aan dat door de open normen rechters in alle rechtstakken eigenlijk beleidsmakers zijn en recht scheppen. 8 Zij kunnen de vraag naar wat ethisch juist is niet ontlopen en zijn uiteindelijk overgeleverd aan hun eigen geweten binnen de aanzienlijke ruimte die de wet hen laat. 9 Omdat juristen voortdurend morele afwegingen maken, hebben zij baat bij morele kwaliteiten. De belangrijkste is hier praktische wijsheid: het vermogen om te zien wat de omstandigheden eisen en daarnaar te handelen. 10

C. Casu?stische rechtsvinding

7. Inspelen op wat de omstandigheden vragen, o.m. door de toepassing van open normen, sluit perfect aan bij een evolutie van abstracte rechtstoepassing naar casu?stische rechtsvinding. De eerste houdt in dat men rechtsregels op een abstracte, blinde manier toepast op een bepaalde situatie, ook al leidt dit tot ongewenste gevolgen. Casu?stische rechtsvinding komt erop neer dat men zoekt naar een meer praktische oplossing van de problemen waarbij in ruimere mate rekening wordt gehouden met de concrete, specifieke omstandigheden van het geval. Het gaat om een verschuiving van rechtsvinding aan de hand van «harde regels», die rechtseenheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid beoogt, naar casu?stische rechtsvinding, die meer gericht is op billijkheid in concreto en voortvloeit uit een streven naar rechtvaardigheid. 11 De Nederlandse tendens naar «maatschappelijk effectieve rechtspraak» vormt hier een mooie illustratie van. 12 Niet het recht, maar de casus is het vertrekpunt. Juristen dienen de uniciteit van de casus te vatten en daartoe dienen zij in interactie te treden met anderen, zodat zij de casus vanuit verschillende oogpunten leren bekijken en zo tot betere oplossingen komen. 13 Dit vraagt van hen persoonlijke eigenschappen, zoals inlevingsvermogen (in mensen en situaties), aandacht, zorgzaamheid en gevoel voor rechtvaardigheid.

D. Problemen voorkomen en volledig oplossen

8. Vandaag de dag verwachten rechtzoekenden van juristen dat zij proactief en vindingrijk de problemen weten aan te pakken. De oplossing moet zowel vanuit een juridisch als een niet-juridisch oogpunt acceptabel zijn. 14 Zo zitten cli?nten van een advocaat niet te wachten op meer recht en rechtspraak. Zij willen doodgewoon een werkbare oplossing voor hun moeilijkheden, dit is een oplossing die praktisch uitvoerbaar is en het probleem van de baan helpt. Advocaten die hieraan voorbijgaan, vervreemden van hun cli?nt. 15 Ook rechtbanken gaan soms verder dan het beslechten van het juridisch geschil en bieden een kader voor het wegwerken van het onderliggend probleem. 16 De Gentse Drugbehandelingskamer geldt hier als voorbeeld. Zij tracht op een multidisciplinaire manier (met behulp van het maatschappelijk werk) het drugsprobleem aan te pakken dat aanleiding gaf tot de overtreding van de strafwet. 17 Het echte probleem uit de wereld helpen is ook het doel van veel vormen van alternatieve conflictoplossing, zoals bemiddeling. Dan focust men in de eerste plaats op de moeilijkheden die aanleiding gaven tot juridische kwesties, bv. verstoorde relaties of gebrekkige communicatie. Nog beter dan het werkelijke probleem oplossen is het voorkomen. Juristen zien het meer en meer als hun taak om dit in overleg met de cli?nt of opdrachtgever te doen. 18 Zo beschrijft Verbeke hoe familiale conflicten over erfeniskwesties en de overgang van familiebedrijven kunnen worden afgewend of minstens zeer vroegtijdig kunnen worden aangepakt door family governance, die in wezen neerkomt op een bemiddeling vóór het conflict losbarst. 19 Om problemen te voorkomen en op een omvattende, werkbare en duurzame wijze op te lossen, hebben juristen naast een gedegen juridisch vakmanschap een reeks attitudes nodig die hen daartoe in staat stellen. Openheid, empathie, bereidheid tot samenwerking, breeddenkendheid, praktische wijsheid en creativiteit springen hier het meest in het oog.

E. Informatie- en communicatietechnologie

9. Informatie- en communicatietechnologie (hierna: «ICT») en artifici?le intelligentie (hierna: «AI») zorgen stilaan voor een metamorfose van het juridisch werk. AI neemt nu al een deel daarvan over, zoals het uitvoeren van tijdrovende juridische opzoekingen. Zij biedt ondersteuning voor het opmaken van akten en contracten, wat bijvoorbeeld het werk van notarissen aanzienlijk faciliteert. 20 Routineus en administratief werk kan men doorsluizen naar AI, zodat de echt complexe taken overblijven voor de jurist. 21 Dat biedt voordelen op het vlak van (economische) effici?ntie, maar het wordt voor juristen erg belastend als zij zich voortdurend met ingewikkelde zaken moeten inlaten. 22 Maar er is meer. Het internet maakt het mogelijk dat burgers zelf al veel juridische informatie weten te vinden, zodat zij vaak met behoorlijk wat voorkennis bij een jurist aankloppen. Het is zelfs zo dat beroepsorganisaties mensen ondersteunen bij het opzoeken van informatie. Op hun websites is over tal van juridische aangelegenheden de basisinformatie te vinden. 23 Via chatbots worden burgers geassisteerd bij het stellen van de pertinente vragen en het vinden van de juiste antwoorden. Zo heeft het Belgisch notariaat een chatbot «huwelijksvermogensrecht» en «ondernemingsrecht». 24 Nog meer vergaand is dat juridische professionals systemen ter beschikking stellen waardoor mensen (met enige hulp) zelf hun juridische problemen kunnen oplossen. Zo bieden sommige advocatenkantoren in de Engelstalige rechtswereld online informatie en doe-het-zelf instrumenten aan op basis van een abonnementsformule. De cli?nten kunnen voor 99 dollar een echtscheiding volledig zelf afhandelen. 25 Deze verstrekkende evoluties doen twee pertinente vragen rijzen. Welk werk zal er op den duur nog overschieten voor de jurist? Wat kunnen juristen nog toevoegen aan de juridische kennis die mensen steeds beter zelf weten te verwerven? Het antwoord op deze laatste vraag is: wat computers (voorlopig) nog niet kunnen. Zeer terecht wordt erop gewezen dat technologie niet echt een «gevoel» heeft voor recht en dat moraal, ethiek, intu?tie en creativiteit voorlopig toch nog tot het domein van de menselijke intelligentie blijven behoren. 26 Rechtspractici zullen juridische informatie vooral moeten kunnen duiden en ervoor zorgen dat rechtzoekenden ze op een zinvolle, verantwoorde manier weten aan te wenden. Daardoor kunnen juristen een veel bredere rol gaan opnemen, met name die van adviseur en coach op juridisch, ethisch, psychologisch en relationeel vlak. Volgens sommigen zullen juristen aan rechtzoekenden vooral datgene moeten aanbieden wat zij niet met een muisklik kunnen vinden: wijsheid. 27

F. Alternatieve conflictoplossing

10. Een andere belangrijke evolutie is de opkomst van alternatieve conflictoplossing (hierna: «ADR»). De laatste decennia is er een toegenomen aandacht voor ADR, in het bijzonder bemiddeling, en er worden steeds meer wetgevende initiatieven genomen op dit vlak. 28 Een wet van 18 juni 2018 laat er geen misverstand over bestaan dat ADR een volwaardige plaats dient te verwerven naast rechtspraak. 29 Tijdens de parlementaire bespreking zette de minister van Justitie uiteen dat de wet beoogt ADR in het algemeen, en bemiddeling en collaboratieve onderhandeling in het bijzonder, meer ingang te doen vinden. Volgens de Minister moet de beslechting van een geschil door de hoven en rechtbanken als vangnet dienen wanneer alle andere (minnelijke) oplossingstrajecten niet mogelijk of, in de gegeven omstandigheden, niet aangewezen zijn. De traditionele rol van de actoren van Justitie, zoals advocaten en magistraten, wordt bijgestuurd opdat de partijen meer minnelijke oplossingsmogelijkheden aangereikt zouden krijgen, aldus de Minister. 30 De wet legt dan ook tal van verplichtingen op aan rechtspractici om rechtzoekenden te informeren over en te stimuleren tot ADR. Daarmee sluit de wet aan bij een evolutie waarbij het strijdmodel het gezelschap krijgt van een overleg- en samenwerkingsmodel. Dat laatste houdt in dat wederzijds begrip, integratie van verschillende belangen en aanpassing aan elkaar het richtsnoer vormen. 31 In plaats van het zoeken naar ??n juridische waarheid – waarvan men indien nodig de rechter probeert te overtuigen – krijgen de uiteenlopende waarheden van de partijen naast elkaar een plaats. Elke partij heeft immers een eigen kijk op de werkelijkheid die zij als de juiste ziet en ervaart. Vanuit de verschillen (bv. in zienswijzen en standpunten) zoekt men naar samenwerking en betere relaties. Dat dit vergaande implicaties heeft voor rechtspractici die gewend zijn om op een gedreven manier op te komen voor de belangen van ??n partij, spreekt voor zich. Lang geleden al schreef Fleerackers dat bemiddeling een heel ander soort mens van het recht vraagt dan de actuele jurist zoals die in de voorbije jaren werd gevormd. 32 Hensen stipt aan dat de tevredenheid over een bemiddeling niet alleen afhangt van de resultaten, maar ook van factoren als het kunnen uiten van frustraties en gevoelens, de mogelijkheid om beluisterd te worden, het samen kunnen zoeken naar onderliggende waarden, wensen, belangen, enz. 33 Het is duidelijk dat persoonlijke kwaliteiten als openheid, empathie, samenwerkingsvermogen, tolerantie, creativiteit en matigheid hier een wereld van verschil kunnen maken.

G. Multidisciplinaire aanpak

11. Niet alleen ADR, ook de multidisciplinaire aanpak van problemen zit in de lift. Puur juridische oplossingen bevredigen niet als aan een zaak ook financi?le, sociale, psychologische of andere aspecten vastzitten. In het rapport over de toekomst van de advocatuur leest men dat cli?nten er geen genoegen meer mee nemen dat zij voor de diverse deelaspecten van hun probleem moeten aankloppen bij verschillende professionals. Zij willen een globale dienstverlening. 34 Dit noopt onvermijdelijk in min of meerdere mate tot een multidisciplinaire aanpak. Dat betekent niet dat juristen zelf verschillende disciplines moeten beheersen, maar wel dat zij op een adequate manier kunnen samenwerken met professionals uit andere vakgebieden. De aanpak van scheidingsproblemen illustreert dit: hier wordt meer en meer een brug geslagen tussen juristen en professionals uit de zorg- en welzijnssector. 35 Ook de sociaal-juridische praktijk van de preventieve rechtshulp berust voor een stuk op multidisciplinaire samenwerking en wisselwerking tussen diverse beroepsgroepen en hun praktijken. 36 Recentelijk speelde de Orde van de Vlaamse Balies in op deze tendens naar multidisciplinariteit door advocaten toe te laten om samen te werken in een multidisciplinaire associatie, een multidisciplinaire groepering, multidisciplinair netwerk of op een projectgebonden wijze. 37 Een multidisciplinaire aanpak brengt mee dat juristen vertrouwde paden wat dienen te verlaten. Dat noopt tot openheid van geest, flexibiliteit en een bredere dienstbaarheid.

H. Afbrokkelen gezagsverhoudingen

12. Een van de meest opvallende kenmerken van onze samenleving is dat hi?rarchische verhoudingen niet goed meer werken. Mensen aanvaarden niet langer de traditionele, aan een maatschappelijke positie verbonden vormen van autoriteit. 38 Dat ziet men ook in de juridische wereld. De tijd dat advocaten, rechters en notarissen konden bogen op een vanzelfsprekende waardigheid en een soort natuurlijk gezag, ligt achter ons. 39 Burgers zijn mondiger. Zij accepteren niet voetstoots wat een jurist zegt. Zo leggen rechtzoekenden zich dikwijls niet zomaar neer bij een uitspraak van de rechter. 40 Of zij richten zich niet tot een notaris om te vernemen wat zij wel en niet mogen doen, maar om te weten hoe zij kunnen doen wat zij willen doen. 41 Het sterk toegenomen individualisme en de neiging om het eigen leven te kunnen leiden zoals men dat zelf wil, zijn hieraan zeker niet vreemd. 42 Meer algemeen ziet men dat Justitie niet meer onaantastbaar is, geen gezag meer afdwingt, zich moet legitimeren. 43 Maar legitimiteit kan men niet afdwingen en vertrouwen moet men verdienen. Volgens Duinslaeger zal die eerbied er pas zijn als Justitie niet enkel blijk geeft van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, maar ook van zorgvuldigheid en menselijkheid. De kwaliteit van Justitie hangt mede af van de menselijke factor. Dit betekent niet dat magistraten kiezen voor een emotionele benadering, maar voor een aanpak die blijk geeft van inlevingsvermogen, empathie en openheid naar de buitenwereld. 44 Justitie is geen louter abstracte entiteit. Zij wordt bevolkt door mensen van vlees en bloed. Hun kwaliteiten maken het verschil. Het afbrokkelen van autoriteit sorteert nog een ander gevolg: mensen krijgen meer ruimte om zichzelf te zijn, om een eigen identiteit te ontwikkelen zonder (volledig) te moeten voldoen aan de verwachtingen of eisen van anderen die hoger geplaatst zijn. Het is o.m. in een juridische context, waar conflicten vaak nadrukkelijk op de voorgrond treden, dat mensen worden getriggerd om op een gezonde manier op te komen voor zichzelf en op die manier hun eigenheid verder te ontwikkelen. Juristen kunnen hen hierin bijstaan. Vaak staan mensen in een conflictsituatie voor morele keuzes. Juristen kunnen hen bewust maken van die morele keuzemogelijkheid en de verantwoordelijkheid die zij op dit punt dragen. Dat alles veronderstelt een grote morele gevoeligheid bij de rechtspracticus.

I. Juridische en menselijke bijstand

13. Mensen komen met andere, vaak hogere verwachtingen naar een jurist dan voorheen het geval was. Zo beschouwen cli?nten de juridische expertise van een advocaat als een vanzelfsprekende minimumvereiste. Hetgeen iemand in hun ogen tot een goed advocaat maakt, is betrokkenheid, empathie en goede communicatie. 45 Wat het notariaat betreft, wordt beklemtoond dat mensen, naast juridisch advies, ook vertrouwen en steun zoeken. Zij komen immers vaak op belangrijke momenten in hun leven bij een notaris terecht. 46 Het notariaat vertoont een sociaal aspect, zeker wat familiale zaken betreft. 47 Ook t.a.v. rechtspraak stellen mensen hogere eisen. Justitie moet nu kunnen instaan voor snelheid, goede communicatie, sterke klantgerichtheid, inspraak, transparantie en een grotere beschikbaarheid. 48 Bij dit alles komt dan nog dat mensen dikwijls in een moeilijke situatie een beroep doen op juristen. Zij hebben behoefte aan juridische ?n menselijke bijstand. 49 Juristen dienen dan over de kwaliteiten te beschikken die hen in staat stellen in voeling te gaan met de mens achter het probleem.

J. Verzakelijking en commercialisering

14. De juridische wereld is in de greep van de in de samenleving heersende tendens tot materialisme, verzakelijking en commercialisering. Veel juristen zijn ondernemers die een eigen kantoor runnen. Juridische dienstverlening ziet men dan al gauw als een «product» dat voldoende winst moet genereren. De rechtzoekende is de klant die men tevreden moet stemmen. Advocaten zitten in een spagaat tussen professie en commercie. Zij bevinden zich in een spanningsveld tussen enerzijds een publieke taak, anderzijds een marktlogica. Tot die publieke taak behoren o.m. rechtshulpverlening, ook aan minvermogenden, en rechtsontwikkeling. 50 Er heerst een economische visie op de advocatuur en haar beroepsorde. 51 Ook andere juristen die op zelfstandige basis werken, zoals gerechtsdeurwaarders en notarissen, ontkomen niet aan de handelsgeest. Voor het Nederlandse notariaat signaleert men dat het ondernemerschap op gespannen voet staat met de essentie van de notari?le beroepsuitoefening, waar het gaat om rechtszekerheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid en vertrouwen. Commerci?le belangen zetten de naleving van beroeps- en gedragsregels onder druk. 52 Het is voor de zelfstandige jurist geen sinecure om stand te houden op de concurrenti?le markt van de juridische dienstverlening. Komt daarbij dat die ten dele wordt ingepalmd door andere beroepsgroepen. Zo wordt veel van het advieswerk dat vroeger tot het domein van de advocatuur behoorde nu gedaan door niet-juridische spelers, zoals sociale secretariaten. 53 Voorts behoort veel juridisch opzoekingswerk, alsook uitvoerend en ondersteunend werk, thans tot de taak van de paralegals. 54 Waar de ideologie van de marktwerking, winstmaximalisatie, en managementdenken vooropstaan, vraagt het toch wel wat morele kwaliteiten van de jurist om stelselmatig het belang van de rechtszoekende te laten primeren. Eigenschappen als matigheid, zorgzaamheid, integriteit en dienstbaarheid winnen aan belang naarmate de druk om veel winst te maken toeneemt.

K. Uitmuntendheid

15. Uit wat voorafgaat, blijkt dat de juridische praktijk ingrijpend transformeert. Een goede dienstverlening blijft de kern, maar mondige, ge?nformeerde rechtzoekenden verwachten wel dat die vollediger en veelzijdiger wordt. Voortreffelijke (uitstekende, excellente) professionals zijn diegenen die over een goed juridisch vakmanschap beschikken en daarenboven oog hebben voor de niet-juridische aspecten van een zaak, zoals de dieperliggende belangen en bekommernissen, relaties tussen mensen, financi?le aangelegenheden, morele kwesties, bijstand op menselijk vlak, het welzijn van de cli?nt, e.d. Omdat de klassieke vormen van autoriteit afkalven, moeten juristen hun gezag en het in hen gestelde vertrouwen steeds opnieuw verdienen. Zij dienen de werkelijke problemen duurzaam te helpen oplossen en liefst zelfs te voorkomen. Daarbij moeten zij zoveel mogelijk inspelen op de concrete omstandigheden van het geval. Wat nog het meest opvalt, is dat de lat steeds hoger komt te liggen, zowel wat betreft de juridische vakbekwaamheid als de andere competenties. Uitmuntendheid is het streefdoel. In het rapport over de toekomst van de advocatuur komt deze uitmuntendheid nadrukkelijk en veelvuldig naar voren. 55 Dit alles vraagt niet alleen bijkomende kennis en vaardigheden, maar ook een reeks attitudes.

II. De nieuwe identiteit van de jurist

16. De juridische beroepsuitoefening is in de kering. Er ontwikkelt zich een nieuwe identiteit voor de jurist, minstens is dit wenselijk. Voor de advocatuur is daarover al behoorlijk wat denkwerk geleverd. Hallet pleit ervoor dat de advocatuur zichzelf en haar professionele identiteit gaat onderzoeken. Zij dient na te gaan wat zij is en wil zijn. 56 Verschillende auteurs breken een lans voor een nieuwe taak en rol voor de advocaat. 57

In haar proefschrift over de professionele identiteit van de advocaat stelt Inger Høedt-Rasmussen dat de uitoefening van het beroep op enkele decennia tijd ingrijpend wijzigde. Zij stelt expliciet de vraag naar de professionele identiteit van de advocaat. Het afbakenen daarvan is volgens haar niet iets waar men licht overheen mag stappen. Er rijzen daarbij volgens haar drie fundamentele vragen: Wat heb ik te doen als advocaat? Hoe dien ik te handelen? Wie dien ik te zijn? 58 Het rapport over de toekomst van de advocatuur beschrijft uitvoerig hoe maatschappelijke evoluties nopen tot innovaties in de beroepsuitoefening. Advocaten ontsnappen er niet aan hun rol als juridische dienstverlener grondig te herbekijken. 59 Maar ook andere beroepsgroepen reflecteren over hun identiteit.

In het rapport over de toekomst van de gerechtsdeurwaarder leest men dat de beroepsuitoefening aan een grondige herziening toe is wegens de maatschappelijke veranderingen. De door de gerechtsdeurwaarder opgenomen functies dienen doorgelicht te worden teneinde tot een betere dienstverlening aan de burger te komen. Bemiddeling, humane benaderingen en de verzoening van uiteenlopende belangen krijgen daarbij een plaats. Het rapport bevat een hele reeks concrete voorstellen over nieuwe werkmethodes die daartoe moeten leiden. 60

Ook het notariaat wil, voortgaande op het rapport over de toekomst van het beroep, blijven inspelen op maatschappelijke vernieuwingen, zoals het dat in het verleden ook altijd heeft gedaan. Dit dient steeds te gebeuren vanuit de kernwaarden van het beroep. Het rapport omvat verschillende voorstellen die de dienstverlening aan de burger kunnen verbeteren, o.m. op het vlak van de digitalisering. Aan de notaris komt een belangrijke rol toe wat de preventie en de constructieve aanpak van conflicten betreft. Hij is niet alleen een juridisch adviseur, maar vanuit een luisterende houding ook een sociale en familiale raadgever. 61

Ook de bedrijfsjuristen geven zich blijkens hun toekomstrapport rekenschap van de maatschappelijke veranderingen waarop zij dienen in te spelen. Bedrijfsjuristen kunnen niet volstaan met louter juridische vaardigheden. Zij willen vanuit een onafhankelijke positie ook oog hebben voor het algemeen belang en aan kwaliteitszorg doen. 62

En ten slotte speelt ook de magistratuur in op de wijzigende maatschappelijke context. Uit talrijke adviezen en verslagen voor de Hoge Raad voor de Justitie blijkt een niet aflatende bekommernis om de werking van Justitie te verbeteren.

17. De zoektocht naar een nieuwe identiteit omvat heel wat. Zij vraagt reflectie over de inhoud van het juridisch vakmanschap, maar ook een nadere bepaling en invulling van de andere onmisbare of wenselijke bekwaamheden van de rechtspracticus. Emotionele en sociale intelligentie, communicatievaardigheid, onderhandelingsbekwaamheid, inlevingsvermogen, leiderschapscompetenties, (multidisciplinair) kunnen samenwerken met andere professionals, het zijn maar enkele van de topics die men dan al snel de revue ziet passeren. Heel dikwijls ligt de nadruk op de te verwerven skills, op methoden en technieken. Zonder het belang daarvan te willen minimaliseren, mag men niet vergeten dat alles eigenlijk begint bij de persoon van de jurist, bij zijn of haar attitudes, karaktertrekken, kwaliteiten. Wie ben ik en wie wil ik zijn? Dat zijn de vragen waarmee elke jurist de ontdekkingstocht naar een nieuwe identiteit kan aanvatten. De onontkoombaarheid van die vragen vloeit voort uit de eenvoudige vaststelling dat we onszelf uiteindelijk meenemen in al ons praktisch handelen. Hoe wij zijn, drukt zijn stempel op wat wij doen in het professionele leven, op de manier waarop wij onze diensten verlenen. 63 Een jurist die moedig, gematigd of empathisch is, zal op een andere manier zijn beroep uitoefenen dan de jurist die niet of slechts in geringe mate over deze eigenschappen beschikt. Kortom, bij de vormgeving van een nieuwe identiteit is het aanbevolen om de (vorming van de) persoon van de jurist voldoende in beeld te brengen.

III. De deugdethiek

18. Een nieuwe identiteit vraagt een nieuwe ethiek. Volgens sommigen hebben wij behoefte aan andere ethische codes die nauwer aansluiten bij de innovaties in de rechtspraktijk. 64 Maar bieden codes hier een bevredigend antwoord? De deontologie van een juridisch beroep omvat de essenti?le waarden en plichten van een beroepsgroep. 65 Zij beoogt professionaliteit, kwaliteit van de dienstverlening en het handhaven van een vertrouwensrelatie met de cli?nt, opdrachtgever of rechtzoekende. 66 Dankzij een reeks van voor elke professional geldende minimumstandaarden dragen deontologische codes ongetwijfeld bij aan een goede beroepsuitoefening.

Maar is datgene wat van de hedendaagse jurist wordt verwacht zomaar te vatten in een set regels? Denk bijvoorbeeld aan het in de inleiding van deze bijdrage beschreven optreden van de familierechter. De niet-juridische (menselijke) bekwaamheden waarover deze magistraat dient te beschikken, laten zich lastig in een reglement vatten. Komt daarbij dat codes vooral de randvoorwaarden aangeven waarbinnen professionals moeten opereren, maar dat er weinig positieve ori?ntatie van uitgaat. 67 Zij roepen slechts in beperkte mate op tot een voortreffelijkheid die zich uit in menselijkheid, de optimale verwezenlijking van ieders rechten en welzijn, de uitbouw van de rechtstaat of een rechtvaardiger samenleving. Beroepscodes geven vooral aan wat moet en niet mag. De nadruk ligt niet op het optimale, ambitie en aspiratie. 68

Dat staat enigszins in contrast met het engagement van de juridische beroepsgroepen om te komen tot een uitstekende, moderne, performante beroepsuitoefening die inspeelt op de behoeften van de rechtzoekende en de samenleving. Wanneer men bijvoorbeeld het rapport over de toekomst van de advocatuur analyseert, blijkt hoezeer de klemtoon ligt op uitmuntendheid. 69 Maar ook in de rapporten van de andere beroepsgroepen proeft men een bekommernis om een excellente dienstverlening. 70 Een dergelijke ambitie stemt overeen met wat Lon Fuller een aspiratiemoraal noemt. Hij stelt die tegenover een plichtmoraal, die in de eerste plaats de minimale na te leven regels formuleert. Terwijl het bij een plichtmoraal gaat om een soort ondergrens, draait het bij een aspiratiemoraal om een zo volkomen mogelijke realisatie van de menselijke vermogens, het menselijk functioneren op zijn best, het hoogtepunt van wat mensen kunnen bereiken. 71 Zo bezien omvat de beroepsethiek eigenlijk twee dimensies: de deontologie ?n een dimensie die gaat over de waarden 72 , idealen en ideale karaktertrekken van de beroepsbeoefenaar. Volgens Kole is die laatste dimensie gericht op de optimalisering van het werk. Zij geeft een richting aan voor hoe het (steeds) beter kan. Zij gaat over waarden en idealen die een deel van onszelf kunnen worden, net als de ambitie om ze na te jagen. Wie idealen nastreeft, probeert, positief en met een intrinsieke motivatie, het excellente te realiseren. 73

Van den Puttelaar betoogt terecht dat de deontologie noodzakelijk is, maar ??n component ontbreekt: het karakter. Professionals dienen te beschikken over een aantal persoonlijke eigenschappen, zoals gedrevenheid, echte onafhankelijkheid (de moed om tegen de stroom in te gaan), doortastendheid, nieuwsgierigheid, enz. De hoedanigheid van de professional wordt ten dele bepaald door zijn persoonlijkheid. 74 En zo komt men bij het essenti?le punt: onze manier van menszijn en de vervolmaking daarvan is de sleutel naar een uitmuntende beroepsuitoefening. 75 Dat heeft de hierna nog te bespreken deugdethiek goed begrepen.

19. Hierboven werd uiteengezet dat de bestaande deontologische codes zich te weinig richten op voortreffelijkheid. Die zienswijze dient evenwel genuanceerd te worden. De deontologie bevat wel degelijk een aanzet voor een ethiek die een uitmuntende beroepsuitoefening ambieert. Zo treft men in de deontologie van de advocaat de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid aan. 76 In de gedragscode voor Europese advocaten is sprake van eer, rechtschapenheid en integriteit, die worden bestempeld als traditionele deugden. 77 In de gids voor de magistraten leest men dat rechters dienen te beschikken over kwaliteiten als wijsheid, loyauteit, menselijkheid, moed, ernst en voorzichtigheid, bekwaamheid tot werken, luisteren en communiceren en openheid van geest. 78 De Gids preciseert wat men onder deze kwaliteiten dient te verstaan. Het is niet de bedoeling om in deze bijdrage voor alle deontologische codes exhaustief aan te geven welke kwaliteiten en deugden erin vervat liggen. Het punt is dat deze deugden en kwaliteiten weliswaar perspectief bieden op een aspiratiemoraal, maar dat een opsomming en beschrijving ervan helemaal niet betekent dat juridische professionals deze kwaliteiten en deugden automatisch integreren in hun beroepspraktijk. Voortgaande op publicaties en studiedagen komen zij thans nog niet zo sterk onder de aandacht. Bovendien, en dit is het belangrijkste, zijn kwaliteiten en deugden te kwalificeren als attitudes die men dient te cultiveren en steeds verder te ontwikkelen. En hier komt de deugdethiek zeer nadrukkelijk in beeld.

20. De deugdethiek stelt dat het er op aankomt deugden te ontwikkelen. 79 Deugden zijn vast verankerde houdingen, neigingen die door oefening en gewoonte stabiele, goede karaktertrekken zijn geworden. Zij stellen ons in staat om voortreffelijk te functioneren en zo goed mogelijk te slagen in wat we ambi?ren. Het zijn de morele kwaliteiten die men nodig heeft om een bepaalde praktijk op een excellente wijze uit te oefenen. 80 De deugdethiek richt zich niet enkel op het behoorlijke, maar op het uitmuntende. 81 Al van in de oudheid wordt het belang van vier kardinale deugden onderstreept: praktische wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid. Voor de juridische praktijk kan men er nog vele andere aan toevoegen, zoals dienstbaarheid, respect, integriteit, aandacht, mededogen, zorgzaamheid, en creativiteit. Een kerngedachte van de deugdethiek is dat als we goede karaktertrekken hebben, we als vanzelf de beste keuzes maken. 82 Wie moedig en integer is, zal vrijwel automatisch, vanuit zichzelf, moedig en integer handelen. Er is een band tussen ons innerlijk leven (wie wij zijn) en ons uiterlijk leven (wat wij doen). De deugdethiek focust dus op de persoon, in het bijzonder op de ontplooiing van persoonlijke kwaliteiten. Zij stelt niet zozeer de vraag wat wij moeten doen, maar wat voor mens wij moeten zijn. 83 Het is een ethiek van zelfverwezenlijking, van optimale ontplooiing van het zelf. 84 Daarom is het geen beknottende, maar een bevrijdende ethiek. Zij nodigt ons uit om te werken aan onszelf, zodat wij ons kunnen ontplooien op een manier die aansluit bij onszelf, onze eigen talenten, waarden en idealen. 85

21. Precies doordat zij oproept tot de ontplooiing van menselijke kwaliteiten zou de deugdethiek de hedendaagse jurist in staat moeten stellen om in te spelen op de in onderdeel I geschetste innovaties in de rechtspraktijk. Die vernieuwingen leren ons immers dat mensen een uitmuntende juridische dienstverlening verlangen ?n dat deze dienstverlening doorgaans veel meer vereist dan het juridisch vakmanschap. Om die verwachtingen te kunnen inlossen, dienen juristen er ook als mens te staan. In die optiek vormt de deugdethiek een onmisbare aanvulling op de deontologie, die vanzelfsprekend even cruciaal blijft als voorheen. Het is dan ook een hoopgevende vaststelling dat de deugdethiek stilaan (maar voorzichtig) haar intrede maakt in de juridische wereld. In ons land 86 , in Nederland 87 en in de Engelstalige rechtswereld 88 verschenen er ondertussen al publicaties die geheel of ten dele aan dit onderwerp zijn gewijd. Dat is een goed begin. Het grote werk hebben we evenwel nog voor de boeg. De deugdethiek beklemtoont dat het erop aan komt deugden te ontwikkelen. Hierna bespreken we hoe dat kan.

IV. Deugden ontwikkelen

22. Deugden zijn in potentie in ons aanwezig, maar het is slechts door oefening, gewoonte en training dat we ons karakter vormen. Volgens de deugdethiek is de menselijke natuur in wezen goed, maar zij behoeft verdere cultivering opdat morele kwaliteiten werkelijk deel zouden gaan uitmaken van wie wij zijn. 89 Dan worden deugden een stuk van onszelf, een tweede natuur. Aan de deugdethiek zit dus een pedagogisch onderdeel vast. Om ons positief potentieel aan te spreken, is het van belang om de factoren die hiertoe een belemmering vormen aan kracht te laten inboeten: verkeerde percepties van de werkelijkheid, allerlei vormen van ego?sme en hebzucht, onverdraagzaamheid, de neiging tot overdreven machtsuitoefening, enz. Het komt erop aan een aantal negatieve tendensen in onszelf te beheren en te beheersen, meesterschap over onszelf te verwerven. In hedendaagse termen: persoonlijk leiderschap betonen. Nog anders geformuleerd: de uitdaging ligt erin een ethische grondhouding aan te nemen die in essentie neerkomt op een bereidheid om aan onszelf te werken. Dat is zeker niet alleen voor exceptionele mensen weggelegd. In principe is iedereen daartoe geroepen. Het cultiveren van deugden kan al beginnen van in de kindertijd en kan nadien tijdens het onderwijs, waaronder het rechtenonderwijs, worden voortgezet. 90 In deze bijdrage beperken we ons evenwel tot de mogelijkheden waarover juridische professionals beschikken om hun deugden te ontwikkelen. 91

23. Alles begint met de bereidheid daartoe. Het is slechts vanuit de intentie om te sleutelen aan onszelf dat er op dat vlak daadwerkelijk iets zal gebeuren. Men kiest uiteindelijk voor zelfontwikkeling en men is volkomen vrij om dat niet te doen. De volgende stap is zelfreflectie, inkeer, zelfonderzoek. «Ken uzelf» was reeds in de Griekse oudheid een krachtig devies. Wat zijn onze sterke kanten en werkpunten? Welke innerlijke drijfveren liggen ten grondslag aan ons gedrag? Wat zijn onze waarden, normen, karaktertrekken, behoeften, gevoelens, aannames, enz.? De dag van vandaag zijn de mogelijkheden tot zelfonderzoek legio. Mindfulness, die Edel Maex omschrijft als open en milde aandacht 92 , kan bogen op een toenemende belangstelling in de juridische wereld. 93 Yoga, allerlei vormen van meditatie, het bijhouden van een dagboek, contact met de natuur, handenarbeid, enz. zijn net zo goed wegen tot inkeer. Iedereen kan voor zichzelf uittesten wat wel of niet werkt. Zelfonderzoek kan individueel of collectief, in een arbeidscontext (bv. tijdens de middagpauze), plaatsvinden.

24. Het ontwikkelen van deugden vraagt een doorlopende inspanning. Onze negatieve tendensen, zoals ego?stische neigingen, ombuigen, is een werk van lange adem. Het vraagt discipline om dit vol te houden. Iris Van Domselaar, die onderzoek deed over rechterlijke deugden, beklemtoont dat deze slechts worden verworven door langdurige praktische training. Men verkrijgt ze door een continu proces van zelfverbetering. Rolmodellen spelen hier een cruciale rol. Effici?ntiecriteria waaraan rechters thans zijn onderworpen kunnen een negatieve impact hebben op de ontwikkeling van deugden. 94

25. Menselijke zelfontwikkeling is ook een kwestie van geestelijke voeding. In religieuze of humanistische tradities ligt een schat aan inspiratie. Karen Armstrong, die een reeks toonaangevende boeken schreef over de monothe?stische godsdiensten, wijst erop dat, onder allerlei dogma’s en rigide structuren, religies een gemeenschappelijke kern hebben die ons houvast biedt om een goed leven te leiden. De essentie daarvan is te herleiden tot eenvoudige, voor de hand liggende zaken als compassie, liefde voor de medemens, verbondenheid met anderen en het naleven van de gouden regel: doe aan een ander (niet) wat je zelf (niet) wil aangedaan worden. 95 Elke levensbeschouwing biedt een schat aan rijkdom als we haar maar diepgaand genoeg exploreren. Inspiratie halen we ook – wellicht zelfs vooral – uit het voorbeeldgedrag van anderen. Het kan daarbij gaan om juristen die grootse zaken hebben verwezenlijkt, zoals Nelson Mandela (afschaffing apartheid) of Mahatma Gandhi (Indiase onafhankelijkheid door geweldloze weerbaarheid), maar evengoed om mensen die deel uitmaken van onze directe beroepsomgeving. Zij fungeren als rolmodel om reden van wat ze zeggen en wat ze doen. Professionals met een rijke beroepservaring, zoals voorzitters van rechtbanken, hebben hier een verantwoordelijkheid t.a.v. jongere collega’s.

In de Engelse studie Virtuous Character for the Practice of Law wordt beklemtoond hoe belangrijk de bijdrage kan zijn van advocaten die als rolmodel fungeren wat het ethisch karakter betreft. 96 Senior-medewerkers die moeilijke professionele kwesties delen met anderen, of die beklemtonen dat de manier van handelen even belangrijk is als winst maken, manifesteren zich als ethische rolmodellen die bijdragen aan het ethos van het kantoor. 97 Voorts zal ook kunst voor velen als inspiratiebron fungeren. Hoogstaande artistieke expressies kunnen ons vormen en veranderen. Zij verruimen onze blik op de wereld of confronteren ons met existenti?le vragen. Reeds van in de Griekse oudheid stellen tragedies ons voor tijdloze ethische kwesties.

26. Ten slotte, maar niet in het minst, is ook de interactie met collega’s onmisbaar voor de ontwikkeling van deugden. In ons tijdsgewricht heerst er nog weinig eensgezindheid over normen en waarden. Deze verscheidenheid aan morele invalshoeken biedt juist zeer veel kansen om, als collega’s onder elkaar, morele vraagstukken te benaderen. Concrete casussen vormen een goed aanknopingspunt om met elkaar in dialoog te treden over ethische kwesties. 98 Op die manier kunnen professionals veel van elkaar leren en hun menselijke kwaliteiten ontwikkelen. Nussbaum betoogt dat het denken vanuit verschillende perspectieven van belang is voor het emotionele en morele leven van mensen. De mate waarin we besef hebben van onze positie en relatie t.o.v. de ander, is bepalend voor ons vermogen tot mededogen en liefde. 99 In die optiek is het van belang om binnen de werkcontext gelegenheden te cre?ren die rechtspractici in staat stellen om met elkaar in interactie te gaan over morele aangelegenheden. Binnen openbare besturen, rechtbanken, kantoren of bedrijven kan men hier tijd voor uittrekken.

Wat advocatenkantoren betreft is Böhler van mening dat regelmatig collegiaal overleg de beste manier is om de aandacht voor beroepsethiek binnen het kantoor levend te houden. 100 In de VS staan gestructureerde feedbackdiscussies over beroepsethiek dikwijls op de kantooragenda. 101 Een meer vergaande stap is dat men binnen de context van het kantoor of de arbeidsorganisatie interne opleidingen, trainingen en workshops organiseert die gericht zijn op de ontwikkeling van menselijke kwaliteiten. (Begeleide) intervisie biedt een enorm potentieel. Dat de meeste juristen gespecialiseerd zijn in een bepaalde materie, is in dit verband een pluspunt. Over bepaalde materies (bv. familierecht, omgevingsrecht) kunnen praktijkgemeenschappen worden opgezet die ook een plaats inruimen voor de ontwikkeling van de menselijke kwaliteiten van diegenen die er deel van uitmaken. Een interessante aanpak is dat men nagaat hoe men in concrete (geanonimiseerde) casussen als professional zoveel mogelijk goed kan doen voor alle betrokkenen. Dit scherpt de morele competenties aan. Vanzelfsprekend kunnen ook beroepsorganisaties, zoals de balies of de kamers van notarissen en gerechtsdeurwaarders, of opleidingsinstellingen, zoals het Instituut voor de Gerechtelijke Opleiding, opleidingen en trainingen rond de ontwikkeling van persoonlijke kwaliteiten organiseren.

Conclusie

27. De juridische wereld verandert snel en ingrijpend. Mondige, goed ge?nformeerde rechtzoekenden verwachten van juristen niet alleen een uitstekend juridisch vakmanschap. Zij willen ook een duurzame, omvattende oplossing van hun probleem, waarbij niet alleen aandacht wordt besteed aan de juridische aspecten van hun zaak, maar ook aan niet-juridische kwesties, zoals hun belangen, welzijn, financi?le aangelegenheden, de relatie met de andere partij, enz. Mensen wensen heldere communicatie en menselijke ondersteuning waar nodig. Dit zijn allemaal zaken waaraan juridische professionals zelf in toenemende mate belang hechten. Doorheen de rapporten over de toekomst van de juridische beroepen loopt de bekommernis om een goede, eigentijdse en zelfs uitmuntende dienstverlening te verstrekken als een rode draad. Deze ontwikkelingen brengen mee dat de jurist op zoek dient te gaan – of al is – naar een nieuwe professionele identiteit. Die omvat ook een ethische component. De bestaande deontologie maakt daarvan deel uit, maar dient te worden aangevuld met een ethiek die ons uitnodigt om onze menselijke kwaliteiten te ontwikkelen. De moderne jurist dient er immers ook als mens te staan. Hij dient te beschikken over kwaliteiten als moed, rechtvaardigheid, matigheid, praktische wijsheid, zorgzaamheid, respect, dienstbaarheid, mededogen, aandacht, integriteit, enz. De deugdethiek biedt hier aantrekkelijke perspectieven. Het is een eeuwenoude ethiek die recentelijk een heropleving kent, ook in de juridische wereld. Menselijke kwaliteiten (deugden) blijven evenwel lege dozen indien zij niet op allerlei manieren worden ontwikkeld. Zowel individueel als binnen de professionele context bestaan er eigenlijk zeer veel mogelijkheden daartoe. De uitnodiging is om die daadwerkelijk te gebruiken.

1 J. Mahieu, «Een blik in het hoofd en het hart van de familierechter», T.Fam. 2020, 2-13.

2 P. Henry en P. Hofströssler, De toekomst van het advocatenberoep. Rapport aan de minister van Justitie Koen Geens, Brussel, 25 februari 2018, 654 p.; P. Nicaise en T. Van Sinay, Juridische beroepen voor de toekomst. Een toekomst voor de juridische beroepen. Het notariaat, 2018, 240 p.; A. Michielsens en L. Chabot, De modernisering van de functie van gerechtsdeurwaarder. Verslag aan de minister van Justitie de heer Koen Geens, 29 juni 2018, 156 p.; S. Mermans en H. Delescaille, Rapport experten voor de bedrijfsjuristen t.a.v. Minister van Justitie Koen Geens, Brussel, Instituut voor de bedrijfsjuristen, 2018, 49 p.

3 Over deze veranderingen in de rechtspraktijk, zie ook: E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0 Professionaliteit door menselijkheid, Oud-Turnhout/’s-Hertogenbosch, Gompel&Svacina, 2020, 54-61.

4 W. van Gerven, «Een inaugurale rede tot afscheid», Jura falc. 1999-2000, 469-482.

5 W. van Gerven en S. Lierman, Beginselen van het Belgisch Privaatrecht, I Algemeen deel. Veertig jaar later. Privaat- en publiekrecht in een meergelaagd kader van regelgeving, rechtsvorming en rechtstoepassing, Mechelen, Kluwer, 2010, 403-498.

6 M. Loth, «De goede jurist. Over morele moed, onafhankelijkheid en een riskante omgeving» in J. Kole en D. de Ruyter (red.), Code en karakter. Beroepsethiek in onderwijs, jeugdzorg en recht, Amsterdam, SWP, 2009, (113) 117.

7 Zie hierover: B. Sells, The Soul of Law. Understanding Lawyers and the Law, Rockport, Element Books, 1994, 190 p.

8 B. Nelissen, Van onafhankelijke magistraat tot rechter-bureaucraat: factor van rechtsstatelijke (des)integratie?, Gent, Larcier, 2018, 48.

9 B. Nelissen, o.c., 54.

10 M. Loth, o.c., in J. Kole en D. de Ruyter (red.), Code en karakter. Beroepsethiek in onderwijs, jeugdzorg en recht, 114.

11 M. Loth en A. Gaakeer, Meesterlijk recht, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 31.

12 Zie hierover: De Rechtspraak, Jaarplan 2020, 16-17; De Rechtspraak, Jaarplan 2019, 16-17, De Rechtspraak, Jaarplan 2018, 16. Deze jaarplannen kan men raadplegen op www.rechtspraak.nl.

13 F. Fleerackers, «Over de maatschappelijke rol van de rechters: magistratuur als paradigma» in De magistraat en de professor – Hulde aan Walter Van Gerven, Brussel, Editions Larcier, 2017, 247-271.

14 Zie hierover, vooral toegespitst op de bestuurlijke sector: A. Mein, Tegengewicht of meebewegen? Over balanceren door professionals bij de toepassing van het recht, Amsterdam, HvA Publicaties, 2016, 35 p.

15 M. Warson, «De advocaat als performante viertrapsraket in vijf dimensies», RW 2015-16, (1574) 1575-1576.

16 Zie hierover o.a.: S. Daicoff, Comprehensive Law Practice. Law as a Healing Profession, Durham (North Carolina), Carolina Academic Press, 2011, 241-256; S. Verberk, Probleemoplossend strafrecht, en het ideaal van de responsieve rechtspraak, Den Haag, Sdu uitgevers, 2011, 351 p.

17 Zie hierover o.a.: S. Verberk, o.c., 232-241; J. Dangreau en A. Serlippens, «A Bottom-up Approach to Developing a Drug Treatment Court: The case of Ghent, Belgium» in X., Drug Treatment Courts: An International Response to Drug Dependent Offenders, Organisation of American States en School of Public Affairs (Washington), 2013, 84-106.

18 Zie hierover: E. van de Luijtgaarden, Preventive Law. Aanzet tot professionalisering in de opleiding van juristen, Soesterberg, Uitgeverij Aspect, 2017, 282 p.

19 A. Verbeke, «Bemiddelen voor het geschil: family governance», TPR 2014, 969-983.

20 A. Appelmans en B. Verheye, «Artifici?le intelligentie en het notariaat: toekomstmuziek of realiteit?», T.Not. 2019, (977) 980-985.

21 A. Appelmans en B. Verheye, o.c., T.Not. 2019, 986.

22 A. Appelmans en B. Verheye, o.c., T.Not. 2019, 987.

23 Zie bv. www.advocaat.be en www.notaris.be.

24 A. Appelmans en B. Verheye, o.c., T.Not. 2019, 980-981.

25 J. Roggen, «Advocaten en rechter moeten (meer) op zoek naar de noden van de rechtszoekende», TOO 2019, 341.

26 A. Appelmans en B. Verheye, o.c., T.Not. 2019, 988.

27 S. Keeva, Transforming practices. Finding Joy and Satisfaction in the Legal Life, Chicago e.a., Contemporary Books, 1999, 213.

28 W. Hensen, Gerechtelijke bemiddeling. Knelpunten en mogelijkheden, Brugge, die Keure, 2018, 20-22 en 221-223.

29 Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, BS 2 juli 2018.

30 Verslag bij het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54K2919/006, p. 13-14.

31 Over dit model, zie: T. Barton, Preventive law and problem solving. Lawyering for the future, Lake Mary, Vandeplas Publishing, 2009, 8-9 en 23.

32 F. Fleerackers, «De moed der wanhoop – bemiddeling als uitweg» in R. Van Ransbeeck (ed.), Bemiddeling, Brugge, die Keure, 2008, 5-6.

33 W. Hensen, o.c., 57.

34 P. Henry en P. Hofströssler, o.c., 131-133.

35 E. Lancksweerdt, «Waar zorg en recht elkaar ontmoeten», T.Fam. 2019, 184-201.

36 Zie hierover uitgebreid: S. Gibens, Access to justice en een beleid rond de preventieve rechtshulp in Vlaanderen: naar een sociaal-juridische praktijk? (doctoraal proefschrift), Antwerpen, Universiteit Antwerpen, 2018, 445 p.

37 Artt. 176-179 Codex deontologie voor advocaten.

38 P. Verhaeghe, Autoriteit, Amsterdam, De Bezige Bij, 2015, 271 p.

39 M. Loth en A. Gaakeer, Ethiek en het juridisch beroep, Boom Juridische Uitgevers, Den Haag, 2007, 7.

40 E. Jaspaert, S. Matkoski en G. Vervaeke, «Procedurele rechtvaardigheid en congruentie: tijdelijke buffer tegen verdere verzuring?» in Recht en Vrede, Gent, Larcier, 2009, 7; P. Duinslaeger, «Enkele bedenkingen omtrent justitie», RW 2014-15, (362) 367.

41 J.M. Longneaux, «Chapitre 1 – Le notaire au service de l’?panouissement des individus?» in Le d?fi du notaire/De uitnodiging voor de notaris, Brussel, Editions Larcier, 2011, (11) 15.

42 J.M. Longneaux, o.c., in Le d?fi du notaire/De uitnodiging voor de notaris, 13-15.

43 P. Duinslaeger, o.c., RW 2014-15, 367.

44 P. Duinslaeger, ibid.

45 J. Roggen, o.c., TOO 2019, 342.

46 K. Audenaert, «Veerkracht in de (notaris)praktijk. Over het opbouwen van veerkracht op persoonlijk vlak en in het kantoor» in Tradition in motion, Gent, Larcier, 2019, 85.

47 V. Lesseliers, «Hoofdstuk 2. Het notariaat in een ultra geliberaliseerde wereld: een worst-case scenario» in Le d?fi du notaire/De uitdaging voor de notaris, Brussel, Editions Larcier, 2011, (29) 61.

48 E. Jaspaert, S. Matkoski en G. Vervaeke, o.c., in Recht en Vrede, 7.

49 Zie hierover uitgebreid: M. Silver, The Affective Assistance of Counsel. Practicing Law as a Healing Profession, Durnham (North Carolina), Carolina Academic Press, 2007, 580 p.

50 B. Hubeau, «Terug van bij de cyclopen: de advocaat nieuwe stijl geprangd tussen professionele logica, publiekslogica en marktlogica» in S. Parmentier en P. Ponsaers (eds.), De Vlaamse advocaat: wie, wat, hoe?, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2008, 145-183.

51 B. Hubeau, S. Rutten, J. Van Houtte, S. Gibens en M. Van Leuvenhaege, De advocatuur. Een rechtssociologische en juridische benadering, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2018, 45-46.

52 M. Van Mourik, «Het Nederlandse notariaat: een ongewone toekomst?» in Tradition in motion, Gent, Larcier, 2019, 307 en 311.

53 P. Henry en P. Hofströssler, o.c., 75-77.

54 M. Verheyde, «De Vlaamse paralegal vanuit internationaal perspectief» in R. Hoop, S. Lazeure, M. Verheyde, Spot on: de paralegal. De rechtspracticus nader bekeken, Brugge, die Keure, 2017, 6 en 14-15; R. Hoop en S. Lazeure, «De arbeidsmarktpositie van de Vlaamse paralegal. Een verkenning via de Brugse alumni» in R. Hoop, S. Lazeure, M. Verheyde, Spot on: de paralegal. De rechtspracticus nader bekeken, Brugge, die Keure, 2017, 121.

55 P. Henry en P. Hofströssler, o.c., 654 p.

56 Ph. Hallet, «P?rimètre de la profession d’avocat, g?om?tries de sa d?ontologie» in J.F. Bellis e.a., Confraternit? et concurrence. A la recherche d’une d?ontologie inspir?e», Louvain la Neuve, Anthemis, 2009, (133) 145.

57 Zie bv. M. Warson, o.c., RW 2015-16, 1574-1581; M. Warson, «De advocaat van morgen, haasje over met de juridische autist?» in E. Boydens (ed.), Grenzeloze advocatuur: obstakels worden uitdagingen, Brugge, die Keure, 2012, 205-218; I. Larmuseau, «Advocaat: tijd voor een nieuw recept?», Gent, Larcier, 2012, 32 p.; E. Lancksweerdt, Menselijke kracht in het recht. Een ontwikkelingsgerichte visie op het recht en de rechtspraktijk, Gent, Larcier, 2014, 287-303.

58 I. Høedt-Rasmussen, Developing Identity for Lawyers. Towards Sustainable Lawyering, Kopenhagen, Copenhagen Business School, 2014, 275 p.

59 P. Henry en P. Hofströssler, o.c., vooral 16-40.

60 A. Michielsens en L. Chabot, o.c., vooral 19-81 en 153-154.

61 P. Nicaise en T. Van Sinay, Juridische beroepen voor de toekomst. Een toekomst voor de juridische beroepen. Het notariaat, 2018, vooral 11-15 en 209-223.

62 S. Mermans en H. Delescaille, Rapport experten voor de bedrijfsjuristen t.a.v. minister van Justitie Koen Geens, Brussel, Instituut voor de bedrijfsjuristen, 2018, vooral 8-12 en 28-30.

63 Zie hierover uitgebreid: E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 275 p.

64 S. Daicoff, «The future of the legal profession», Monash University Law Review 2011, vol. 37 nr. 1, (7) 21.

65 De belangrijkste deontologische codes zijn: Codex 25 juni 2014 deontologie voor advocaten; de deontologische code van het notariaat vastgesteld op 22 juni 2004, goedgekeurd bij KB van 21 september 2005 tot goedkeuring van de deontologische code vastgesteld door de Kamer van notarissen, BS 3 november 2005; de deontologische code van de bedrijfsjurist (http://www.ije.be/img/user/files/Deontologishce-code-nl.pdf); de gids voor de magistraten (Hoge Raad voor de Justitie en Adviesraad voor de Magistratuur, Gids voor de magistraten. Principes, waarden en kwaliteiten, Brussel, 2012); de gedragscode van gerechtsdeurwaarders van 2006 (niet gepubliceerd).

66 E. Niemeijer en M. Ter Voert, «Vertrouwen onder druk. Vrije beroepen tussen professie en commercie», Justiti?le verkenningen 2005, nr. 3, (9) 11.

67 P. Van Tongeren en M. Becker, «Integriteit als deugd» in E. Karssing en M. Zweegers, Jaarboek integriteit 2010, Den Haag, Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector, 2009, (58) 60.

68 J. Kole, «Goed doen met goed werk. Het weidse landschap van beroepsethiek en tuchtrecht in kaart», D&T 2011, (297) 305.

69 P. Henry en P. Hofströssler, o.c., 654 p. In het rapport wordt de uitmuntendheid omschreven aan de hand van vergelijkbare begrippen als «excellent», «uitstekend», «perfect» e.d. (o.c., 157).

70 Zie de rapporten vermeld in voetnoot 2.

71 L. Fuller, The morality of law, London en New Haven, Yale University Press, 1969, 5-6.

72 Waarden geven aan wat mensen goed, waardevol, nastrevenswaardig, gewenst en zinvol achten (bv. rechtvaardigheid en vrijheid). Zij formuleren een doel of ideaal en fungeren daarom als uitgangspunten voor ons handelen. Zij formuleren een maximum, een optimum dat richting geeft aan ons handelen, zonder dat zij de concrete weg er naartoe uitstippelen (E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 17).

73 J. Kole, «Bronnen en bouwstenen van interprofessionele ethiek» in J. Kole en D. de Ruyter (red.), Code en karakter. Beroepsethiek in onderwijs, jeugdzorg en recht, Amsterdam, SWP, 2009, (21) 30-31.

74 L. Van Den Puttelaar, «Wat betaamt de advocaat? Code en karakter volgens de Nederlandse orde van advocaten» in J. Kole en D. de Ruyter (red.), Code en karakter. Beroepsethiek in onderwijs, jeugdzorg en recht, Amsterdam, SWP, 2009, (127) 138.

75 E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 28.

76 Art. 455 Ger.W.

77 Art. 236 van de Codex 25 juni 2014 deontologie voor advocaten. De gedragscode voor Europese advocaten is enkel van toepassing op de grensoverschrijdende activiteiten van de advocaat binnen de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (art. 232 Codex 25 juni 2014 deontologie voor advocaten).

78 Hoge Raad voor de Justitie en Adviesraad voor de Magistratuur, Gids voor de magistraten. Principes, waarden en kwaliteiten, Brussel, 2012, 19-23.

79 Wat in deze bijdrage geschreven is over de deugdethiek is gebaseerd op: P. Van Tongeren, Deugdelijk leven. Een inleiding in de deugdethiek, Amsterdam, SUN, 2003, 182 p.; P. Van Tongeren, Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst, Zoetermeer, Klement, 2012, 253 p.; A. Macintyre, After Virtue, Londen, Bloomsbury Academic, 2011, 333 p.; A. Kinneging en T. Slootweg, Deugdethiek, levensbeschouwing en religie, Houten, Spectrum, 2015, 315 p.; E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 18-20 en 35-38; E. Schotman, Ethiek en recht in kort bestek, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2015, 67-82; G. Den Hartogh, F. Jacobs, T. Van Willigenburg, Inleiding ethiek, Maastricht, Boekenplan, 2010, 169-194; P. Van Tongeren en M. Becker, «Integriteit als deugd» in E. Karssing en M. Zweegers, Jaarboek integriteit 2010, Den Haag, Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector, 2009, 58-65; I. Van Domselaar, «Moral Quality in Adjudication: On Judicial Virtues and Civic Friendship», Netherlands Journal of Legal Philosophy 2015, 24-46; I. Van Domselaar, «De Sixpack van de rechter. Een deugdethische benadering van rechtspraak», Rechtstreeks 2014, 62-80.

80 P. Van Tongeren, Deugdelijk leven. Een inleiding in de deugdethiek, Amsterdam, SUN, 2003, 22.

81 P. Van Tongeren, Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst, o.c., 105.

82 E. Schotman, o.c., 70; P. Van Tongeren, Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst, o.c., 104.

83 P. Van Tongeren, Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst, o.c., 199.

84 P. Van Tongeren, Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst, o.c., 123.

85 E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 36.

86 Zie bv. B. Nelissen, o.c., 445 p; E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 275 p.

87 Zie bv. I. Van Domselaar, «Moral Quality in Adjudication: On Judicial Virtues and Civic Friendship», Netherlands Journal of Legal Philosophy 2015, 24-46; I. Van Domselaar, «De Sixpack van de rechter. Een deugdethische benadering van rechtspraak», Rechtstreeks 2014, 62-80; M. Loth, o.c., in J. Kole en D. de Ruyter (red.), Code en karakter. Beroepsethiek in onderwijs, jeugdzorg en recht, 113-126.

88 Zie bv. R. Blomquist, «The Pragmatically Virtuous Lawyer?», Widener Law Review 2009, 92-158; M. McGinniss, «Virtue Ethics, Earnestness, and the Deciding Lawyer: Human Flourishing in a Legal Community», North Dakota Law Review 2011, 19-57; J. Arthur, K. Kristjánsson, H. Thomas, M. Holdsworth, L. Badini Confalonieri, T. Qiu, Virtuous Character for the Practice of Law, Birmingham, University of Birmingham, 2014, 9; C. Kanemoto, «Bushido in the Courtroom: A case for Virtue-oriented Lawyering», South Carolina Law Review 2005, 357-386; L. Solum, «Virtue Jurisprudence: A Virtue-Centered Theory of Judging» in Metaphilosophy, 2003, 178-213; A. Evans en M. King, «Reflections on the connection of virtue ethics to therapeutic jurisprudence», UNSW Law Journal 2012, 717-746.

89 P. Van Tongeren en M. Becker, «Integriteit als deugd» in E. Karssing en M. Zweegers, Jaarboek integriteit 2010, Den Haag, Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector, 2009, (58) 60-61.

90 Over vorming tijdens het rechtenonderwijs, zie: F. Fleerackers (ed.), Recht en vorming. Juridisch onderwijs in de kering, Brussel, De Boeck & Larcier, 2003, 182 p.

91 Zie hierover: E. Lancksweerdt, Juridische beroepsethiek 2.0. Professionaliteit door menselijkheid, o.c., 241-254.

92 E. Maex, Mindfulness in de maalstroom van je leven, Tielt, Lannoo, 2066, 49.

93 E. Lancksweerdt, «Mindfulness voor juristen», NJW 2017, 338-345.

94 I. Van Domselaar, o.c., Netherlands Journal of Legal Philosophy 2015, (24) 36-37.

95 K. Armstrong, Compassie, Amsterdam, De Bezige Bij, 2017, 242 p.

96 J. Arthur, K. Kristjánsson, H. Thomas, M. Holdsworth, L. Badini Confalonieri en T. Qiu, Virtuous Character for the Practice of Law, Birmingham, University of Birmingham, 2014, 40 p.

97 J. Arthur, K. Kristjánsson, H. Thomas, M. Holdsworth, L. Badini Confalonieri en T. Qiu, o.c., 24.

98 Hierbij zouden ook dilemmatrainingen kunnen worden ingezet (zie over de dilemmamethode: M. Stolper, G. Widdershoven en B. Molewijk, «De dilemmamethode» in H. Van Dartel en B. Molewijk (eds.), In gesprek blijven over goede zorg. Overlegmethoden voor moreel beraad, Amsterdam, Boom, 2018, 81-95.

99 M. Nussbaum, Oplevingen van het denken. Over de menselijke emoties, Amsterdam, Ambo, 2004, 133-135.

100 B. Böhler, De goede advocaat, Amsterdam, Cossee, 2017, 55.

101 L. Van Den Puttelaar, o.c., in J. Kole en D. de Ruyter (eds.), Code en karakter. Beroepsethiek in onderwijs, jeugdzorg en recht, 139.

Meldt u aan om verder te lezen

U krijgt zo toegang tot de belangrijkste rechtspraak en doctrine en blijft op de hoogte van ontwikkelingen op de verschillende juridische terreinen.

Aanmelden

Nog geen abonnee?

Abonneren

Favorieten raadplegen? Meld u aan.

U kunt artikels als favoriet markeren zodat u ze makkelijker kunt terugvinden.

Aanmelden

Nog geen abonnement? Abonneer u hier